“Vanwege de politieke situatie moest ik in 2001 uit Tibet vluchten. Via Nepal ben ik met het vliegtuig eerst in een ander Europees land terechtgekomen en daarna met de trein naar Amsterdam gegaan. Na 10 dagen in een hotel ging ik met iemand naar de douane in Zevenaar bij Arnhem voor de immigratie. Mijn vrouw is in 2007 naar Nederland gekomen. Sinds 2008 wonen we in Oostzaan. In februari 2008 is onze zoon hier geboren.
Ik kom uit Lara Thangpa, een dorp in oost Tibet. Mijn vrouw komt uit een ander dorp, de afstand is ongeveer Oostzaan tot Utrecht. Ze gaat hier nu naar school om Nederlands te leren. Ik heb dat een jaar en zes maanden gedaan en mijn inburgeringdiploma gehaald. De Nederlandse taal en spelling is voor mij erg moeilijk. Eigenlijk ben ik niet gewend om naar school te gaan. In Tibet gaan de meeste kinderen van het negende tot het elfde levensjaar naar school om Tibetaans te leren lezen en schrijven. In Tibet werkt iedereen vanaf 13, 14 of 15 jaar. Nu werk ik soms in een Surinaams restaurant. Eigenlijk ben ik herder. In mijn dorp zijn heel veel jakken, een soort koeien, en veel schapen. Hier mis ik mijn oude werk.”

