zondag 24 oktober 2010

Marib







"Toen ik in 1994 vanuit Bagdad naar Nederland ging, heb ik de eerste grote reis van mijn leven gemaakt. Mijn vader ging mee. Als vrouw mag je niet zonder man reizen. Eerst met de bus naar Jordanië. In Amman heb ik drie weken op mijn visum gewacht en toen ging ik met mijn twee zoontjes met het vliegtuig naar Amsterdam. We kwamen in een asielzoekerscentrum in Lunteren terecht. Mijn man woonde daar toen. Hij was in 1993 naar Nederland gevlucht. In 1995 zijn we naar een woning in Oostzaan verhuisd. Sindsdien woon ik op dezelfde plek met hetzelfde bankstel. In het begin sprak ik met handen en voeten maar ondertussen heb ik allerlei taalcursussen en opleidingen gedaan. Nadat ik in 1999 ben gaan werken in bejaardenhuis de Lishof heb ik diploma´s voor instellingskok en voedingsassistent gehaald. Het was heel moeilijk. Schriftelijk is een ramp voor me, maar ik was de beste van heel Nederland. Dat heeft veel indruk op me gemaakt. Studeren vond ik altijd heel leuk, in Bagdad heb ik Havo/VWO gedaan. Daarna hebben mijn ouders een man voor me gekozen. Je bent verplicht om ja te zeggen. Nu niet meer die tijd is in Bagdad voorbij, al mijn neven en nichten in Irak kiezen tegenwoordig zelf. Tien jaar geleden ben ik gescheiden. Sindsdien heb ik veel gereisd. Ook al ben ik niet streng gelovig, ik wilde graag een keer naar Mekka. In 2008 ben ik er drie weken naar toe geweest, daarna heb ik een hoofddoek omgedaan."

zondag 17 oktober 2010

Orda


"Sinds 2007 woon ik in Nederland. Eerst in Alkmaar. Anderhalf jaar in een asielzoekerscentrum. Het was zwaar. Daarna kregen we een woning aangeboden in Oostzaan. Hier zijn niet zoveel Somaliërs in Zaandam wel. In achttien maanden heb ik daar inburgeringcursussen gedaan. Door de inburgeringcursus kwam ik in aanraking met mensen uit heel veel verschillende landen. Ook heb ik het portfolio gedaan. Dat zijn dertig praktische oefeningen, waardoor je leert met de mensen te praten. Je moet de afspraken met instellingen en organisaties zelf maken. Je belt de bank en leert dan meteen hoe je een bankrekening moet openen. Ik ging er op de fiets naar toe. Fietsen heb ik van mijn man geleerd, ook heb ik een fietscursus gedaan. De fiets heb je hier echt nodig. In Somalië loop je of je gaat met de bus of de auto. Maar dat hangt af van je mogelijkheden. Ik kom uit Mogadishu, dat is de hoofdstad en ben moslim, net als de meeste Somaliërs. In Somalië heb je geen moskee, je bent gewoon moslim. Wel doen we twee keer per jaar aan de feestdagen, de ramadan en het slachtfeest. Nederlands begrijp ik goed maar schrijven en grammatica is moeilijk. In Somalië ga je niet naar school daar leer je alles thuis. Mijn kinderen gaan hier naar school dat is leuk en gezellig. Mijn grote geluk; ik ben in een veilig land."

Bénédicte


"Ik kom uit een heel klein Frans dorpje, net onder Parijs, daar wonen twintig mensen. In mijn jeugd waren mijn broer en ik, en een andere jongen de enige kinderen in het dorp. Voor ik me in Nederland ging vestigen, ben ik als toerist een keer een weekendje in Amsterdam geweest. Toen dacht ik, als ik ooit in het buitenland ga wonen, dan in Amsterdam. In Parijs waar ik Bedrijfskunde en Informatica heb gestudeerd, zou ik echt niet willen wonen. Het is mij daar veel te druk, bovendien moet je erg goed verdienen om goed te kunnen leven. In Amsterdam zijn de mensen relaxt, ze fietsen en in de herfst is de stad beeldschoon. Het werd Oostzaan. Op zoek naar een koopwoning ben ik hier zestien jaar geleden terechtgekomen. Vanwege de grote bomen en de rust was ik meteen verliefd op de Rietschoot. Oostzaan was een bewuste keuze. Een half uurtje van het strand en binnen tien minuten ben je buiten. Voor mijn werk ben ik veel met de auto in de Randstad onderweg. Mijn kantoor in Bos en Lommer bevindt zich pal boven de snelweg. Het uitzicht is prachtig, je ziet de havens en hele mooie luchten. Ik kijk altijd naar de lucht. In Nederland heb je de mooiste luchten. Ze zijn anders dan in Frankrijk niet zo diepblauw.

Mijn vader is landbouwer en de boerderij waar mijn ouders wonen is typisch Frans maar ook ouderwets. Op de binnenplaats is alles asfalt en steen, en omdat alle ramen klein zijn, is het binnen donker. Hier hebben de huizen tenminste grote ramen, en alleen al daarom kan ik niet meer terug naar Frankrijk. De doorzonwoning is typisch Nederlands, toch? En neem het aantal woorden waarmee makelaars woningen beschrijven; maisonnette, twee-onder-een-kap, hoekwoning, rijtjeshuis, vrijstaande woning, bungalow, eengezinswoning, flat, appartement, duplex, schakel woning, penthouse en herenhuis. Zoveel woorden kennen wij echt niet in Frankrijk. In het begin vond ik het heel leuk om hier op straat rond te wandelen en overal naar binnen te kijken, het is alsof je een woontijdschrift doorbladert. Behalve in grote steden, zijn de woningen in Frankrijk veel groter en beschikken vaak over een kelder, zolder en schuren. De huizen staan vaak vol met grote familiestukken. Hier kan dat niet, er is minder ruimte, maar daardoor is de stijl van de inrichting veel praktischer. Waar ik vandaan kom, zijn de muren van stenen uit de grond en wordt geen cement gebruikt maar aarde en stro. Dat trekt vogels aan die de zaadjes uit de muren pikken. Hier heb je geen stenen in de grond, maar in het begin begreep ik die muren van bakstenen helemaal niet. Sterker, ik vond ze zelfs foeilelijk. Gebouwen van baksteen vindt je bij ons alleen in steden met een industrieel verleden. Toulouse wordt niet voor niets de roze stad genoemd.

Niet alleen de wooncultuur, maar vergeleken met Frankrijk, is heel veel hier anders. Wanneer je griep hebt, zegt de huisarts, neem maar een paracetemolletje en ga in bed liggen uitzieken. Bij de Franse huisarts krijg je voor elk deelaspect van griep medicijnen voorgeschreven. Je gaat naar huis met neusdruppels, keeltabletten, koortsremmers enzovoorts. Hier bel jezelf met school of je werkgever maar daar geeft de huisarts je een brief zodat je officieel thuis mag blijven. Lease-auto´s kennen we niet en vakantiegeld bestaat niet. En probeer als hoger opgeleide vrouw in Frankrijk maar eens een parttime baan te vinden. Dat gaat echt niet lukken! Vrouwen zoals ik horen daar fulltime te werken."

vrijdag 15 oktober 2010

Sel



"Mijn ouders komen uit Adana, het zuidelijkste puntje van Turkije. Adana is een van de grootste en modernste steden van het land, hoofddoekjes in het straatbeeld kom je bijvoorbeeld niet of nauwelijks tegen. Daarvoor moet je naar Oost-Turkije, daar wonen bij ons de religieuzen, net als hier in Urk en Staphorst. In Adana is het de omgekeerde wereld, daar worden vrouwen met een hoofddoekje, bij wijze van spreken, op straat nagewezen. Alhoewel ik als baby nog heel even in Amsterdam heb gewoond, ben ik een geboren en getogen Zaankanter. In mijn jeugd ging ik met mijn ouders bijna elk jaar zes tot acht weken naar de Turkse kust, naar plaatsen zoals Alanya, Antalya en naar Adana, want daar komen mijn ouders vandaan. Ze hebben elkaar ontmoet toen mijn moeder er vanuit Nederland op vakantie was. Ze werden verliefd en zijn naar Nederland verhuisd. Mijn moeder woont hier al sinds haar tweede. Mijn opa was tolk. Het was in de jaren zestig in Turkije heel bijzonder wanneer je vijf of zes talen sprak. Na jarenlang als tolk te hebben gewerkt, kreeg hij als dank een reis aangeboden, hij herinnerde zich dat twee vrienden in Nederland woonden en ging op bezoek. Mijn opa kwam hier niet als gastarbeider maar als gast terecht en het beviel hem hier, dus liet hij zijn vrouw en kind overkomen.

Mijn moeder was toen twee jaar oud, ze is hier opgeleid en maatschappelijk werkster geworden. Mijn vader was eenentwintig toen hij hier kwam, later is hij voor zichzelf begonnen, maar hij heeft lang bij Meyn gewerkt. Zaandam lag voor de hand maar mijn moeder wilde persé in Oostzaan wonen. Haar logica was in Zaandam leren mijn kinderen geen Nederlands maar Turks. Ze heeft gelijk gekregen. Toen ik daar naar de middelbare school ging, ging een nieuwe wereld voor me open. Bij mij thuis werd een mix van Nederlands en Turks gesproken dus dat vond ik heel gewoon. Maar op school spraken alle Turkse jongeren alleen maar Turks.

Dat wil niet zeggen dat mijn jeugd in Oostzaan gemakkelijk was. Als enige Turkse jongen in het dorp kreeg ik allerlei vooroordelen over me heen. Vooral tegen de oudere jongens  moest ik me altijd verweren. Na de lagere school was dat gelukkig voorbij. Toen kenden ze me en wisten dat ze geen grapjes met me moesten uithalen. Op mijn zeventiende begon ik mijn eerste kapperszaak in de Zaanstreek en sinds een jaar of twee heb ik een eigen zaak onder het nieuwe gemeentehuis van Oostzaan ."

dinsdag 12 oktober 2010

Rita


“Ik kom uit Accra, de grootste stad en ook de hoofdstad van Ghana. Ik ben op 13 juli 1996 naar Nederland gekomen, dat weet ik nog precies want als financial controller ben ik gespecialiseerd in data, die zitten automatisch in mijn hoofd. Eigenlijk ben ik wiskundige. Na de middelbare school en universiteit in Ghana, ben ik in Zwitserland gaan studeren om me te specialiseren. In Geneve op een instituut voor special studies. In 1994 ben ik in Ghana getrouwd met een 'buitenlander' en in Accra gaan werken bij Barclays bank. Mijn man was een landgenoot maar had de Nederlandse nationaliteit. Wanneer je in Ghana het land verlaat, ben je voor de regering automatisch een buitenlander geworden. Zo wordt je daar dan ook genoemd en behandelt. Voor ‘buitenlanders’ is het leven stukken lastiger, alles is bijvoorbeeld meteen heel veel duurder.

In 1996 kwamen we vanuit Accra in Amsterdam terecht. Toen ben ik meteen naar school gegaan om Nederlands te leren. In totaal heb ik me 5 jaar intensief beziggehouden met het leren van de Nederlandse taal en daarnaast allerlei administratieve opleidingen gedaan. Schrijven gaat me gemakkelijk af maar de uitspraak en woordbouw is mijn grootste hoofdpijn. Wat me opviel aan alle opleidingen die ik hier heb gedaan; de docenten bieden de Nederlandse taal vooral theoretisch aan. Op school gaat het alleen maar over opdrachten doen. Je pakt de Dikke Van Dale zoekt het op, vult het in, de leraar kijkt het na; klaar! Verder is er geen communicatie tussen docenten en studenten. Je zit in de klas met allemaal buitenlanders die Nederlands willen leren en de enige die het kan, staat voor de klas maar praat niet met je. Hier leer je de spreektaal echt niet op school! Ze gebruiken ook vaak van die rare boeken. Ik herinner me een boek, volgens mij Nieuwe Buren, waarin de volgorde van de lesstof volledig verkeerd was. Dan zit je bijvoorbeeld eerst de voltooid verleden tijd te leren en daarna pas de verleden tijd.

Net als 98% van de Ghanezen ben ik christelijk, daarnaast wonen er nog iets van 2% moslims in het land. Ik ben gelovig, in Nederland zag ik voor het eerst van mijn leven een samenleving met heel veel verschillende religies. Mijn man is van geloof veranderd en daardoor zijn we uiteindelijk gescheiden. Na vier jaar huwelijk was mijn thuissituatie rommelig geworden. Toen ben ik met mijn twee kinderen naar Zaandam verhuisd, via woningruil zijn we uiteindelijk in Oostzaan terechtgekomen.

Uit eigen ervaring weet ik hoe frustrerend het is wanneer je de taal, die overal om je heen wordt gesproken, niet beheerst. In het dagelijkse leven levert het een te grote achterstand op, want zonder beheersing van de spreektaal kun je niet deelnemen in de maatschappij van het land waarin je woont. Ik ken landgenoten die advocaat zijn maar hier schoonmaakwerk moeten doen omdat ze niet kunnen communiceren. Net als voor mij is dat voor veel Ghanezen erg frustrerend. Daar komt bij veel Ghanezen willen wel terug naar Ghana maar kunnen niet terug want daar zijn ze officieel buitenlander. Door weg te gaan is alles veranderd. Echt waar jullie taal is niet alleen mijn grootste hoofdpijn. Ze bezorgd mij en mijn landgenoten een achterstand. Alle dromen die we hadden toen we hier aankwamen, zijn eraan kapot gegaan. Wanneer je niets kan uitleggen, wordt je blind. Dat geldt niet alleen voor mij maar voor iedereen die hier is. Jullie koningin zegt: wie kan, moet meedoen. Het is mooi om te horen dat ze zorgen heeft om ons buitenlanders.”