Oostzaan
Migratie is zo oud als de mensheid. In de na-oorlogse periode kende de westerse wereld een enorme toename van migranten. Deze mensen vestigden zich vooral in en rondom grote steden. Oostzaan is een kleine zelfstandige gemeente onder de rook van Amsterdam met ongeveer negenduizend inwoners. In de loop der jaren gingen ook steeds meer migranten in Oostzaan wonen. Wie zijn deze mensen? Waar komen ze vandaan? Hoe zijn ze in Oostzaan terechtgekomen?
zondag 24 oktober 2010
Marib
zondag 17 oktober 2010
Orda
Bénédicte
Mijn vader is landbouwer en de boerderij waar mijn ouders wonen is typisch Frans maar ook ouderwets. Op de binnenplaats is alles asfalt en steen, en omdat alle ramen klein zijn, is het binnen donker. Hier hebben de huizen tenminste grote ramen, en alleen al daarom kan ik niet meer terug naar Frankrijk. De doorzonwoning is typisch Nederlands, toch? En neem het aantal woorden waarmee makelaars woningen beschrijven; maisonnette, twee-onder-een-kap, hoekwoning, rijtjeshuis, vrijstaande woning, bungalow, eengezinswoning, flat, appartement, duplex, schakel woning, penthouse en herenhuis. Zoveel woorden kennen wij echt niet in Frankrijk. In het begin vond ik het heel leuk om hier op straat rond te wandelen en overal naar binnen te kijken, het is alsof je een woontijdschrift doorbladert. Behalve in grote steden, zijn de woningen in Frankrijk veel groter en beschikken vaak over een kelder, zolder en schuren. De huizen staan vaak vol met grote familiestukken. Hier kan dat niet, er is minder ruimte, maar daardoor is de stijl van de inrichting veel praktischer. Waar ik vandaan kom, zijn de muren van stenen uit de grond en wordt geen cement gebruikt maar aarde en stro. Dat trekt vogels aan die de zaadjes uit de muren pikken. Hier heb je geen stenen in de grond, maar in het begin begreep ik die muren van bakstenen helemaal niet. Sterker, ik vond ze zelfs foeilelijk. Gebouwen van baksteen vindt je bij ons alleen in steden met een industrieel verleden. Toulouse wordt niet voor niets de roze stad genoemd.
Niet alleen de wooncultuur, maar vergeleken met Frankrijk, is heel veel hier anders. Wanneer je griep hebt, zegt de huisarts, neem maar een paracetemolletje en ga in bed liggen uitzieken. Bij de Franse huisarts krijg je voor elk deelaspect van griep medicijnen voorgeschreven. Je gaat naar huis met neusdruppels, keeltabletten, koortsremmers enzovoorts. Hier bel jezelf met school of je werkgever maar daar geeft de huisarts je een brief zodat je officieel thuis mag blijven. Lease-auto´s kennen we niet en vakantiegeld bestaat niet. En probeer als hoger opgeleide vrouw in Frankrijk maar eens een parttime baan te vinden. Dat gaat echt niet lukken! Vrouwen zoals ik horen daar fulltime te werken."
vrijdag 15 oktober 2010
Sel
"Mijn ouders komen uit Adana, het zuidelijkste puntje van Turkije. Adana is een van de grootste en modernste steden van het land, hoofddoekjes in het straatbeeld kom je bijvoorbeeld niet of nauwelijks tegen. Daarvoor moet je naar Oost-Turkije, daar wonen bij ons de religieuzen, net als hier in Urk en Staphorst. In Adana is het de omgekeerde wereld, daar worden vrouwen met een hoofddoekje, bij wijze van spreken, op straat nagewezen. Alhoewel ik als baby nog heel even in Amsterdam heb gewoond, ben ik een geboren en getogen Zaankanter. In mijn jeugd ging ik met mijn ouders bijna elk jaar zes tot acht weken naar de Turkse kust, naar plaatsen zoals Alanya, Antalya en naar Adana, want daar komen mijn ouders vandaan. Ze hebben elkaar ontmoet toen mijn moeder er vanuit Nederland op vakantie was. Ze werden verliefd en zijn naar Nederland verhuisd. Mijn moeder woont hier al sinds haar tweede. Mijn opa was tolk. Het was in de jaren zestig in Turkije heel bijzonder wanneer je vijf of zes talen sprak. Na jarenlang als tolk te hebben gewerkt, kreeg hij als dank een reis aangeboden, hij herinnerde zich dat twee vrienden in Nederland woonden en ging op bezoek. Mijn opa kwam hier niet als gastarbeider maar als gast terecht en het beviel hem hier, dus liet hij zijn vrouw en kind overkomen.
Mijn moeder was toen twee jaar oud, ze is hier opgeleid en maatschappelijk werkster geworden. Mijn vader was eenentwintig toen hij hier kwam, later is hij voor zichzelf begonnen, maar hij heeft lang bij Meyn gewerkt. Zaandam lag voor de hand maar mijn moeder wilde persé in Oostzaan wonen. Haar logica was in Zaandam leren mijn kinderen geen Nederlands maar Turks. Ze heeft gelijk gekregen. Toen ik daar naar de middelbare school ging, ging een nieuwe wereld voor me open. Bij mij thuis werd een mix van Nederlands en Turks gesproken dus dat vond ik heel gewoon. Maar op school spraken alle Turkse jongeren alleen maar Turks.
Dat wil niet zeggen dat mijn jeugd in Oostzaan gemakkelijk was. Als enige Turkse jongen in het dorp kreeg ik allerlei vooroordelen over me heen. Vooral tegen de oudere jongens moest ik me altijd verweren. Na de lagere school was dat gelukkig voorbij. Toen kenden ze me en wisten dat ze geen grapjes met me moesten uithalen. Op mijn zeventiende begon ik mijn eerste kapperszaak in de Zaanstreek en sinds een jaar of twee heb ik een eigen zaak onder het nieuwe gemeentehuis van Oostzaan ."
dinsdag 12 oktober 2010
Rita
“Ik kom uit Accra, de grootste stad en ook de hoofdstad van Ghana. Ik ben op 13 juli 1996 naar Nederland gekomen, dat weet ik nog precies want als financial controller ben ik gespecialiseerd in data, die zitten automatisch in mijn hoofd. Eigenlijk ben ik wiskundige. Na de middelbare school en universiteit in Ghana, ben ik in Zwitserland gaan studeren om me te specialiseren. In Geneve op een instituut voor special studies. In 1994 ben ik in Ghana getrouwd met een 'buitenlander' en in Accra gaan werken bij Barclays bank. Mijn man was een landgenoot maar had de Nederlandse nationaliteit. Wanneer je in Ghana het land verlaat, ben je voor de regering automatisch een buitenlander geworden. Zo wordt je daar dan ook genoemd en behandelt. Voor ‘buitenlanders’ is het leven stukken lastiger, alles is bijvoorbeeld meteen heel veel duurder. In 1996 kwamen we vanuit Accra in Amsterdam terecht. Toen ben ik meteen naar school gegaan om Nederlands te leren. In totaal heb ik me 5 jaar intensief beziggehouden met het leren van de Nederlandse taal en daarnaast allerlei administratieve opleidingen gedaan. Schrijven gaat me gemakkelijk af maar de uitspraak en woordbouw is mijn grootste hoofdpijn. Wat me opviel aan alle opleidingen die ik hier heb gedaan; de docenten bieden de Nederlandse taal vooral theoretisch aan. Op school gaat het alleen maar over opdrachten doen. Je pakt de Dikke Van Dale zoekt het op, vult het in, de leraar kijkt het na; klaar! Verder is er geen communicatie tussen docenten en studenten. Je zit in de klas met allemaal buitenlanders die Nederlands willen leren en de enige die het kan, staat voor de klas maar praat niet met je. Hier leer je de spreektaal echt niet op school! Ze gebruiken ook vaak van die rare boeken. Ik herinner me een boek, volgens mij Nieuwe Buren, waarin de volgorde van de lesstof volledig verkeerd was. Dan zit je bijvoorbeeld eerst de voltooid verleden tijd te leren en daarna pas de verleden tijd.
Net als 98% van de Ghanezen ben ik christelijk, daarnaast wonen er nog iets van 2% moslims in het land. Ik ben gelovig, in Nederland zag ik voor het eerst van mijn leven een samenleving met heel veel verschillende religies. Mijn man is van geloof veranderd en daardoor zijn we uiteindelijk gescheiden. Na vier jaar huwelijk was mijn thuissituatie rommelig geworden. Toen ben ik met mijn twee kinderen naar Zaandam verhuisd, via woningruil zijn we uiteindelijk in Oostzaan terechtgekomen.
Uit eigen ervaring weet ik hoe frustrerend het is wanneer je de taal, die overal om je heen wordt gesproken, niet beheerst. In het dagelijkse leven levert het een te grote achterstand op, want zonder beheersing van de spreektaal kun je niet deelnemen in de maatschappij van het land waarin je woont. Ik ken landgenoten die advocaat zijn maar hier schoonmaakwerk moeten doen omdat ze niet kunnen communiceren. Net als voor mij is dat voor veel Ghanezen erg frustrerend. Daar komt bij veel Ghanezen willen wel terug naar Ghana maar kunnen niet terug want daar zijn ze officieel buitenlander. Door weg te gaan is alles veranderd. Echt waar jullie taal is niet alleen mijn grootste hoofdpijn. Ze bezorgd mij en mijn landgenoten een achterstand. Alle dromen die we hadden toen we hier aankwamen, zijn eraan kapot gegaan. Wanneer je niets kan uitleggen, wordt je blind. Dat geldt niet alleen voor mij maar voor iedereen die hier is. Jullie koningin zegt: wie kan, moet meedoen. Het is mooi om te horen dat ze zorgen heeft om ons buitenlanders.”
zaterdag 18 september 2010
Florence
"In Oostzaan ben ik terechtgekomen omdat mijn man Henk me in 2003 had uitgenodigd hem te bezoeken voor kerstmis. Toen ik op eerste kerstdag aankwam, was het extreem koud. Ik had geen winterkleren en we moesten naar de winkel om een jas en laarzen voor mij te kopen. Er lag overal sneeuw. Bij ons in Zuid-Afrika ligt sneeuw alleen op de bergen. Ik kom uit Kaapstad maar ben opgegroeid in Fort Boven, een dorp in het binnenland. Daar wonen niet veel blanken maar wel veel Zulu. Toen ik hier aankwam sprak ik Zulu, Sutu, Tswana, Xhosa, Engels en maar een beetje Afrikaans. Het eerste jaar woonden we in bij mijn schoonmoeder op het Noordeinde. Ze sprak geen Engels dus we spraken met onze handen. Nederlands heb ik geleerd door een inburgeringdiploma te halen. Dat is wettelijk verplicht en moet binnen achttien maanden, binnen drie maanden had ik mijn diploma gehaald. Henk is geboren en getogen in Oostzaan, in het begin was het best wel moeilijk. We woonden afgelegen en behalve Henk en zijn nichtje kende ik in het begin niemand in Oostzaan. Mijn schoonmoeder heeft me uitgelegd dat boodschappen doen in Oostzaan vroeger anders was. Vooral in het begin was boodschappen doen het enige dat makkelijk voor me was. Je neemt wat je wilt en betaald aan de kassa. Fietsen heb ik geleerd van de kinderen van mijn schoonzus, nu doe ik alles op de fiets maar toen ben ik er drie keer afgevallen. Afgelopen zomer zijn we in de Efteling geweest en op Terschelling was ik ook al maar van Nederland heb ik nog steeds niet alles gezien. Henk gelukkig ook niet."
donderdag 16 september 2010
Nelly
"Veertien jaar geleden ben ik met mijn man vanuit Cairo naar Nederland gekomen. We hebben eerst in Amsterdam gewoond. We woonden op de vierde etage zonder lift en met twee kleine kinderen is dat moeilijk. Tien jaar geleden hebben we in Oostzaan een huis gekocht. We zijn Koptisch, dat is een Egyptische orthodox christelijke godsdienst. In Oostzaan ken ik niemand maar in Nederland leven ongeveer zesduizend Kopten. Nu worden we in Egypte gediscrimineerd, maar tot de islam kwam, was iedereen, ook de taal, Koptisch. We gaan elke week naar de kerk in Amsterdam-Noord.
Toen ik naar Nederland kwam, sprak ik Egyptisch, Engels en uiteraard Frans. Hier spreekt niemand Egyptisch en in Amsterdam sprak ik vooral Engels. Toen ik in Oostzaan ben komen wonen, heb ik Nederlandse les genomen, want in Oostzaan heb je Nederlands echt nodig. In het begin vond ik het moeilijk om mijn kinderen in twee totaal verschillende culturen op te voeden maar ondertussen ben ik eraan gewend. Mijn kinderen begrijpen de Nederlandse en Egyptische cultuur. Ze zappen tussen beide culturen heen en weer. Zelf begin ik na veertien jaar eindelijk te wennen aan Nederland. Niet alleen de cultuur, ook de omgeving en het weer... echt in Egypte is alles anders."
Abonneren op:
Posts (Atom)