zondag 17 oktober 2010

Bénédicte


"Ik kom uit een heel klein Frans dorpje, net onder Parijs, daar wonen twintig mensen. In mijn jeugd waren mijn broer en ik, en een andere jongen de enige kinderen in het dorp. Voor ik me in Nederland ging vestigen, ben ik als toerist een keer een weekendje in Amsterdam geweest. Toen dacht ik, als ik ooit in het buitenland ga wonen, dan in Amsterdam. In Parijs waar ik Bedrijfskunde en Informatica heb gestudeerd, zou ik echt niet willen wonen. Het is mij daar veel te druk, bovendien moet je erg goed verdienen om goed te kunnen leven. In Amsterdam zijn de mensen relaxt, ze fietsen en in de herfst is de stad beeldschoon. Het werd Oostzaan. Op zoek naar een koopwoning ben ik hier zestien jaar geleden terechtgekomen. Vanwege de grote bomen en de rust was ik meteen verliefd op de Rietschoot. Oostzaan was een bewuste keuze. Een half uurtje van het strand en binnen tien minuten ben je buiten. Voor mijn werk ben ik veel met de auto in de Randstad onderweg. Mijn kantoor in Bos en Lommer bevindt zich pal boven de snelweg. Het uitzicht is prachtig, je ziet de havens en hele mooie luchten. Ik kijk altijd naar de lucht. In Nederland heb je de mooiste luchten. Ze zijn anders dan in Frankrijk niet zo diepblauw.

Mijn vader is landbouwer en de boerderij waar mijn ouders wonen is typisch Frans maar ook ouderwets. Op de binnenplaats is alles asfalt en steen, en omdat alle ramen klein zijn, is het binnen donker. Hier hebben de huizen tenminste grote ramen, en alleen al daarom kan ik niet meer terug naar Frankrijk. De doorzonwoning is typisch Nederlands, toch? En neem het aantal woorden waarmee makelaars woningen beschrijven; maisonnette, twee-onder-een-kap, hoekwoning, rijtjeshuis, vrijstaande woning, bungalow, eengezinswoning, flat, appartement, duplex, schakel woning, penthouse en herenhuis. Zoveel woorden kennen wij echt niet in Frankrijk. In het begin vond ik het heel leuk om hier op straat rond te wandelen en overal naar binnen te kijken, het is alsof je een woontijdschrift doorbladert. Behalve in grote steden, zijn de woningen in Frankrijk veel groter en beschikken vaak over een kelder, zolder en schuren. De huizen staan vaak vol met grote familiestukken. Hier kan dat niet, er is minder ruimte, maar daardoor is de stijl van de inrichting veel praktischer. Waar ik vandaan kom, zijn de muren van stenen uit de grond en wordt geen cement gebruikt maar aarde en stro. Dat trekt vogels aan die de zaadjes uit de muren pikken. Hier heb je geen stenen in de grond, maar in het begin begreep ik die muren van bakstenen helemaal niet. Sterker, ik vond ze zelfs foeilelijk. Gebouwen van baksteen vindt je bij ons alleen in steden met een industrieel verleden. Toulouse wordt niet voor niets de roze stad genoemd.

Niet alleen de wooncultuur, maar vergeleken met Frankrijk, is heel veel hier anders. Wanneer je griep hebt, zegt de huisarts, neem maar een paracetemolletje en ga in bed liggen uitzieken. Bij de Franse huisarts krijg je voor elk deelaspect van griep medicijnen voorgeschreven. Je gaat naar huis met neusdruppels, keeltabletten, koortsremmers enzovoorts. Hier bel jezelf met school of je werkgever maar daar geeft de huisarts je een brief zodat je officieel thuis mag blijven. Lease-auto´s kennen we niet en vakantiegeld bestaat niet. En probeer als hoger opgeleide vrouw in Frankrijk maar eens een parttime baan te vinden. Dat gaat echt niet lukken! Vrouwen zoals ik horen daar fulltime te werken."