“Ik kom uit Accra, de grootste stad en ook de hoofdstad van Ghana. Ik ben op 13 juli 1996 naar Nederland gekomen, dat weet ik nog precies want als financial controller ben ik gespecialiseerd in data, die zitten automatisch in mijn hoofd. Eigenlijk ben ik wiskundige. Na de middelbare school en universiteit in Ghana, ben ik in Zwitserland gaan studeren om me te specialiseren. In Geneve op een instituut voor special studies. In 1994 ben ik in Ghana getrouwd met een 'buitenlander' en in Accra gaan werken bij Barclays bank. Mijn man was een landgenoot maar had de Nederlandse nationaliteit. Wanneer je in Ghana het land verlaat, ben je voor de regering automatisch een buitenlander geworden. Zo wordt je daar dan ook genoemd en behandelt. Voor ‘buitenlanders’ is het leven stukken lastiger, alles is bijvoorbeeld meteen heel veel duurder. In 1996 kwamen we vanuit Accra in Amsterdam terecht. Toen ben ik meteen naar school gegaan om Nederlands te leren. In totaal heb ik me 5 jaar intensief beziggehouden met het leren van de Nederlandse taal en daarnaast allerlei administratieve opleidingen gedaan. Schrijven gaat me gemakkelijk af maar de uitspraak en woordbouw is mijn grootste hoofdpijn. Wat me opviel aan alle opleidingen die ik hier heb gedaan; de docenten bieden de Nederlandse taal vooral theoretisch aan. Op school gaat het alleen maar over opdrachten doen. Je pakt de Dikke Van Dale zoekt het op, vult het in, de leraar kijkt het na; klaar! Verder is er geen communicatie tussen docenten en studenten. Je zit in de klas met allemaal buitenlanders die Nederlands willen leren en de enige die het kan, staat voor de klas maar praat niet met je. Hier leer je de spreektaal echt niet op school! Ze gebruiken ook vaak van die rare boeken. Ik herinner me een boek, volgens mij Nieuwe Buren, waarin de volgorde van de lesstof volledig verkeerd was. Dan zit je bijvoorbeeld eerst de voltooid verleden tijd te leren en daarna pas de verleden tijd.
Net als 98% van de Ghanezen ben ik christelijk, daarnaast wonen er nog iets van 2% moslims in het land. Ik ben gelovig, in Nederland zag ik voor het eerst van mijn leven een samenleving met heel veel verschillende religies. Mijn man is van geloof veranderd en daardoor zijn we uiteindelijk gescheiden. Na vier jaar huwelijk was mijn thuissituatie rommelig geworden. Toen ben ik met mijn twee kinderen naar Zaandam verhuisd, via woningruil zijn we uiteindelijk in Oostzaan terechtgekomen.
Uit eigen ervaring weet ik hoe frustrerend het is wanneer je de taal, die overal om je heen wordt gesproken, niet beheerst. In het dagelijkse leven levert het een te grote achterstand op, want zonder beheersing van de spreektaal kun je niet deelnemen in de maatschappij van het land waarin je woont. Ik ken landgenoten die advocaat zijn maar hier schoonmaakwerk moeten doen omdat ze niet kunnen communiceren. Net als voor mij is dat voor veel Ghanezen erg frustrerend. Daar komt bij veel Ghanezen willen wel terug naar Ghana maar kunnen niet terug want daar zijn ze officieel buitenlander. Door weg te gaan is alles veranderd. Echt waar jullie taal is niet alleen mijn grootste hoofdpijn. Ze bezorgd mij en mijn landgenoten een achterstand. Alle dromen die we hadden toen we hier aankwamen, zijn eraan kapot gegaan. Wanneer je niets kan uitleggen, wordt je blind. Dat geldt niet alleen voor mij maar voor iedereen die hier is. Jullie koningin zegt: wie kan, moet meedoen. Het is mooi om te horen dat ze zorgen heeft om ons buitenlanders.”